Geschiedenis

Catharina Schrader Stichting

De Catharina Schrader Stichting (CSS, 1981) is opgericht in een tijd van brede heropleving van het feminisme. Vanaf de zestiger jaren in de 20ste eeuw treden vrouwen op de voorgrond met acties zoals ‘Wij Vrouwen Eisen Recht Op’. Zij claimen gelijke beloning, deelname in hoger onderwijs en bestuur en het ultieme recht van de vrouw om ‘baas in eigen buik’ te zijn.
In 1978 verenigen een aantal jonge, pas afgestudeerde vroedvrouwen zich in de Werkgroep 78. Zij herintroduceren het natuurlijkere verticale baren en via de media en congressen bereiken zij de zwangeren. Een algehele pro-actieve houding ten aanzien van het baren bereikt de gevestigde verloskundigen en hun cliënten..
Een documentatie- annex kenniscentrum blijkt in een behoefte te voorzien. De CSS neemt de taak op zich het imago van de solistische, hardwerkende vroedvrouwen te verbeteren. Men organiseert symposia en Diners Pensantes en gaat publiceren. De Stichting verzorgt de uitgave van de Klomp Cahiers -geschreven door geneesheer-directeur mevrouw Mr. J. Klomp- en geeft haar eigen CSS- cahiers uit. Een hoogtepunt in deze activiteit is ongetwijfeld de heruitgave van het Memory boeck van de vrouwens van de hand van Catharina G. Schrader.

Home-made baarkruk uit 1983
(2016 geschonken door mevrouw Ineke Dedecker)

Tijden veranderen

Het hoogtij van vrouwelijk elan is afgenomen. In 2007 verhuist de KNOV naar haar huidige locatie ‘de Domus Medica’ in Utrecht, waar geen plaats is voor het documentatiecentrum. De verzameling wordt opgeslagen en op mevrouw Thera van Erp na, trekken de beheerders zich terug. In 2011 beleeft de CSS een herstart in Bussum. In maart 2015 wordt Bussum verlaten en verplaatst men de collectie naar Urk om daar ondergebracht te worden in het trefcentrum van de Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis (NVMG). Het arbeidsintensieve inhuizen, rubriceren en plaatsen van de collectie is hier in volle gang.

2015 Urk Truus Streutker en Loes Schultz aan het werk. Foto W.G. van Lieburg

Overheid en Regelgeving

Sinds mensenheugenis houdt de samenleving het doen en laten van vroedvrouwen, verloskundigen onder controle. Eerst is er controle van het wakend oog van de leefgemeenschap, later zijn het de stadsbesturen die het beroep met hun verordeningen beschermen. Vanaf het begin der negentiende eeuw tot heden wordt de regelgeving op nationaal niveau beheerd.

1765 Titelpagina van de instructies voor de stadvroedvrouwen van Deventer
(1998 geschonken door mevrouw M.J. Baptist)

Opleiding van vroedvrouwen, verloskundigen

Het is een historisch gegeven dat ruzies tussen partijen een dankbaar gegeven zijn voor geschiedschrijvers. Felle kritieken van geneesheren op verloskundigen zijn van alle tijden en zijn terug te vinden in onze geschiedenis. Toch moet voor Nederland gesteld worden dat de samenwerking tussen het gilde van geneesheren en de groep van verloskundigen door de eeuwen heen goed is geweest. De chirurgijns, vroedmeesters en doctores medicinae hebben de opleiding tot vroedvrouw in hun respectievelijke steden verzorgd. Praktijkstage is een onmisbaar onderdeel in de opleiding, vroeger zowel als nu. In 1861 wordt de eerste Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen te Amsterdam geopend. Enkele jaren later volgt Rotterdam met haar Kweekschool. De stadsopleidingen in Groningen en Maastricht behouden nog lange tijd hun bestaansrechten.

1954: Roep de vroedvrouw: Leerling-vroedvrouw op fiets naar bevalling. Op achtergrond de Kweekschool voor Vroedvrouwen in de Camperstraat, te zien is de zijgevel in de Ruijschstraat.

In 1865 wordt bij wet de dan de bestaande diversiteit in medische beroepen aan banden gelegd en start de universitaire opleiding tot arts. Vrouwen, vroedvrouwen/verloskundigen worden in deze paternalistische tijd niet tot dit opleidingsniveau toegelaten.

Positie

Hoewel de inkomsten van verloskundigen historisch laag zijn is het nooit een belemmering geweest om zich tot het beroep aangetrokken te voelen. Voorheen werd door de overheid aan vroedvrouwen een optreden als getuige-deskundige gevraagd in die situaties dat een verklaring van zwangerschap, doodgeboorte, vaderschap nodig was voor rechtspraak. Meermalen ontvangen verloskundigen een immateriële beloning; vroeger: een vaste, eigen plaats voor in de kerk of in deze tijd: bloemen. De positie van verloskundigen in de maatschappij baseert zich op respect en vertrouwen in hun kundigheid.

Wetenschap en verloskundigen

In de vijftiende eeuw ontwaakt bij de mens een grote onderzoeksdrang o.a. naar de anatomie van het menselijk lichaam. Door toenemende anatomische kennis verkrijgt men inzicht in verloskundige problemen. Medici ontwikkelen instrumentarium zoals hevel en forceps, zodat het mogelijk wordt ‘het beklemde kind’ geboren te laten worden. De doctores en vroedmeesters claimen hun alleenrecht op het gebruik van deze instrumenten. Aan verloskundigen wordt het aanleggen van instrumenten streng verboden. Verloskundigen werden en worden geacht een natuurlijke baring ‘met de hand’ te leiden. De komst van techniek in de verloskunde is heilzaam voor de barende en haar ongeboren kind. Verloskundigen omarmen deze verbeteringen en hebben hun monopolie positie in de kraamkamer ingeleverd.
Nog pas enkele decennia bestaat voor Nederlandse verloskundigen de mogelijkheid zich te bekwamen in wetenschappelijk onderzoek. Hun inzet om het verloskundig handelen op uitkomsten van onderzoek te baseren is groot. Dit leidt tot een streng risico-selectie systeem. Verloskundigen vinden dat -in het kader van integrale zorg- hun professionele expertise naast hun rijke ervaringsdeskundigheid de ‘natuurlijke’ verloskunde beschermen zal.

De CSS ontvangt onderzoekers graag. Zij stelt haar collectie open voor hun onderzoek. Wel dient in acht genomen te worden dat:
uitlenen en kopiëren niet mogelijk is, digitaal fotograferen is toegestaan.